MILIEUVARIABELEN

In een stad vinden voortdurend veranderingen plaats. Ten gevolge van het denken in de planningspraktijk van de afgelopen decennia in eindresultaten, is er weinig aandacht besteed aan de factor tijd.

Globaal kunnen wij cyclische, dynamische en statische milieuvariabelen onderscheiden in de stad. Het natuurlijke milieu met zijn wisseling van jaargetijden, dag en nacht, staat bij uitstek voor het cyclische element. De bewegende objecten, zoals bussen, trams en auto's, vertegenwoordigen het dynamische aspect. Daarentegen is de bebouwing relatief statisch. Deze drie verschillende soorten milieuvariabelen vormen ten opzichte van elkaar vaak een figuur-achtergrond-gestalt: De stad als relatief statisch beeld in een zich cyclisch veranderend landschap, of het dynamische verkeer ten opzichte van de relatief statische straatwanden. Gezamenlijk zijn deze drie aspecten de dragers van de kleur in de stad. Hierbij is het opvallend dat velen de kleuren van de stad juist associeren met het dynamische of cyclische: de gele trams, de lichtreclames, de paarse, gele en witte krokussen in april, etc. Juist de sterke kleurwerking van bijvoorbeeld reclame heeft architecten geinspireerd om ook statische milieuvariabelen als dynamische te behandelen Zeer felle contrasterende kleuren werden op gevels aangebracht, die daardoor een opvallend reclamedecorachtig effect kregen.

Bij het gebruik van kleur in de stad zullen karakteristieke kleurpatronen en de onderlinge relaties van de dynamische cyclische en statische milieuvariabelen moeten worden onderzocht.

vorigevolgende